De toren

Dagmar heeft haar leven als single mamma net weer op de rit, als er aan de basis van haar bestaan wordt gerammeld...

Je mag het niet doen, niet nog een keer, niet nu, niet nu ik beetje bij beetje, stukje voor stukje, steentje voor steentje, stapje voor stapje, blokje voor blokje mijn, ons leven, weer aan het opbouwen ben. Je gooit toch ook niet zomaar een toren van lego blokjes om! Weet je hoe lang daar soms aan gewerkt is?

 

"Mama kijk eens, Kiki heeft een hele, hele, hele hoge toren gemaakt."
Ze komt vol trots aanlopen met de ronde legodoos in haar armen.
“Sterk ben ik, hè, mama?”
“Ja, heel sterk, zeg. Moet ik je helpen?”
“Nee, Kiki kan dat zelve.”
Ze kiept de doos in een keer om en begint met bouwen. Beetje bij beetje, stukje voor stukje, steentje voor steentje, stapje voor stapje, blokje voor blokje wordt het een hele hoge toren.
Ze heeft alle blokjes zorgvuldig uitgekozen. Eerst alle grote, toen alle kleine en ze heeft ook nog eens op de kleur gelet. Eerst de blauwe, dan de rode, dan de gele.
De toren wordt zo hoog dat Kiki er niet meer bijkomt.
“Mama? Doe Kiki even helpele.”
Als allerlaatste komen er twee mooie bloemetjes op, helemaal bovenin en dan is de toren af.
“Mooi hè, mama? Dat heeft Kiki goed gedaan hé?”
“Dat heb jij heel goed gedaan. Grote meid hoor.”

Er zit dus heel veel werk in die mooie, hoge toren.
Je kunt en je mag er niet zomaar een, of twee blokjes tussenuit halen. Zeker niet nu hij net stevig staat en bijna af is en je mag hem al helemaal niet omgooien. Zeker niet zonder te vragen!
We zijn ooit samen begonnen met het bouwen van de toren van ons leven, maar toen jij even de juiste blokjes niet kon vinden, heb je ons achtergelaten met heel veel blokjes en een toren die nog lang niet af was, zomaar.

De toren viel om. Ik heb nog nooit zoveel blokjes allerlei kanten uit zien vallen. Ieder blokje dat viel maakte een hels kabaal. Ik voelde ieder blokje dat de grond raakte, pats!
Ik heb er lang naar zitten staren, naar al die blokjes. Beetje bij beetje, stukje voor stukje, steentje voor steentje, stapje voor stapje, blokje voor blokje, ben ik weer gaan bouwen. Het zal je verbazen waar je ze soms tegenkomt, die blokjes.
Hij is nog niet af, mijn toren. Soms wankelt hij en dreigt hij om te vallen, maar het wordt wel een hele, hele, hele hoge toren. Een toren die ik zelf, met wat hulp, heb gebouwd en die ik eigenlijk nog niet wil omgooien. Een toren die ik zeker niet door een ander wil laten omgooien.
Degene die de toren gebouwd heeft, bepaalt zelf wanneer en door wie hij omgegooid mag worden, om daarna samen de blokjes weer in de doos te doen of er iets anders moois van te maken.

“Mama?”
“Ja, lieverd.”
“Kaja mag hem nu wel omgooien hoor.”
Kaja duwt de hoge toren om en samen hebben ze de grootste lol om de blokjes die her en der op de grond vallen.
“Nog een keer?”

© Dagmar

Meer lezen van Dagmar? Kijk hier op haar hyve.