|
Ze zit op haar knieën en leunt over de bank terwijl ze naar buiten kijkt. Ze zwaait, of ja haar hand gaat van links naar rechts, haar gezicht staat verdrietig. Links van haar springt haar dochtertje enthousiast op de bank terwijl ze naar buiten zwaait en rechts van haar heeft haar zoontje en grote glimlach op zijn gezicht terwijl hij onder de raamdecoratie door naar buiten probeert te kijken.

Buiten staat zij met haar mooie ronde 36-weken-buik vriendelijk terug te zwaaien terwijl haar zoontje vrolijk richting zijn vader rent. Hij tilt hem op en houdt hem hoog boven zijn hoofd. Het kereltje heeft de grootste lol.
Bij haar rolt de eerste traan langzaam over haar wang. Ze voelt hem rollen, heel langzaam is hij komen opwellen in haar oog. Ze probeert aan iets anders te denken, maar ze is te moe. Een week lang met haar eigen en de ziektekiemen van haar kindjes vechten heeft haar volledig leeggezogen. Eigenlijk wil ze wel even in zelfmedelijden zwelgen. Ze kan en wil hem dan eigenlijk ook niet tegenhouden, die traan.
Haar verdriet wordt samen met de druppel groter. Hij vult haar ooglid, maar de ruimte wordt te klein waardoor hij, nadat ze wel moest knipperen, al heeft ze dat moment zolang mogelijk uitgesteld, nu langzaam over het randje van haar ooglid glijdt. Heel langzaam volgt hij zijn weg over haar wang. Het is nog maar een klein druppeltje als hij bij haar kin aankomt. Hij is nog sterk genoeg om zich aan haar kin vast te houden en niet in de diepte onder haar te vallen. Hij glijdt langs haar kin en versnelt als hij over haar hals rolt om naast haar sleutelbeen rustig in dat kuiltje in haar nek te blijven liggen, wachtend op zijn broertjes en zusjes.
© Dagmar |