Afkomst bepaalt zwangerschapsmisselijkheid

Wanneer je als vrouw in India of Sri Lanka geboren bent, heb je drie keer meer kans op extreme misselijkheid en braken tijdens je zwangerschap, dan vrouwen die van oorsprong uit Noorwegen komen. Onderzoek naar de Noorse bevolking wijst dit uit. Onder Indiase vrouwen en vrouwen uit Sri Lanka had meer dan 3 procent last van zwangerschapsmisselijkheid. Ook Afrikaanse en Pakistaanse aanstaande moeders ervoeren vaker extreme misselijkheid. Noord-Amerikanen en Europeanen hebben het minst vaak zwangerschapsmisselijkheid.

Behalve afkomst zijn ook de leeftijd en de baby van belang. Vrouwen die tussen de 20 en 24 jaar zijn, getrouwd, zwanger van een meisje of meerling, hebben meer kans om zwangerschapsmisselijkheid te ontwikkelen. 

Voor het onderzoek zijn de gegevens van meer dan 900.000 Noorse vrouwen die zwanger waren van hun eerste kind, veertig jaar lang verzameld in het Medical Birth Registry of Norway. Van deze vrouwen hadden er slechts 8.300 erge last van zwangerschapmisselijkheid, ongeveer 0,89 procent.

Genetische aanleg
De onderzoekers weten niet precies waarom die verschillen in afkomst bestaan. Sociaaldemografische factoren, zoals inkomen of opleiding zijn uitgesloten. Mogelijke verklaringen zijn genetische aanleg, voedingspatronen of een medische geschiedenis van infectieziekten. Hier moet nog meer onderzoek naar worden gedaan, zodat de misselijkheid beter kan worden voorkomen.

Uit eerdere studies is gebleken dat 90 procent van de zwangere vrouwen in meer of mindere mate last heeft van misselijkheid en overgeven. Slechts 0,5 tot 2 procent heeft last van zwangerschapsmisselijkheid (Hyperemesis Gravidarum). Dit kan gevaarlijk zijn, omdat de vrouw hierdoor uitdroogt, ondervoed raakt en teveel gewicht verliest. Waarom de ene vrouw wel last heeft van zwangerschapsmisselijkheid en de ander niet, is niet bekend.

(c) gezondheidsnet.nl  28 april 2008