|
‘Verdomme, kutkind!’ met een ruk schiet ik overeind en schop de bal weg zover ik kan. Dat is niet ver op een bomvol strand kan ik je vertellen. Een gladgeoliede rug draait zich woest om. Echt geen zin in! Ik kijk onschuldig weg en richt mijn eigen woede op het jongetje dat verbouwereerd aan de rand van onze handdoeken staat. ‘Sorry mevrouw...’ zijn lip trilt. Het lichtblauwe zwembroekje plakt van het zand en de zonnebrandolie die zijn moeder rijkelijk op zijn lijfje heeft gesmeerd.
‘Ze bedoelt het niet zo, het geeft niet…’ Jeroen bemoeit zich ermee met sussende stem. Sukkel. Mijn irritatie bereikt nu echt het hoogtepunt. ‘Bemoei je er niet mee, Jeroen,’ ik spreek iedere woord langzaam uit en ga dan maar weer liggen voor ik van pure woede oververhit raak.
Augustus in Nederland. Dertig graden, Scheveningen. Heel Nederland is neergestreken op de smalle kuststrook. Parkeerproblemen en ijsjes. Friet en roodverbrande neuzen. Weken heeft het geregend. Wie het kon regelen vertrok naar het buitenland. Naar plaatsen als Alanya, Marbella en Chersonnisos. Of naar Zuid Afrika, de Seychellen of Thailand voor de dikkere portemonnee. Degenen die het niet breed hebben, geen tijd of om anderen redenen niet weg konden vliegen, keken reikhalzend uit naar een dag als deze. Zo ook Jeroen en ik. Dat wij het druilerige Nederland niet verlieten had als reden dat ik zwanger ben.
Mijn zwangerschap overviel ons allebei en Jeroen wil nu geen onverantwoorde uitgaven doen. Lekker dan. Mij overviel deze zwangerschap ook. Zo erg dat ik bijna flauwviel toen ik het positieve testresultaat zag. Ik weet namelijk niet van wie ik zwanger ben.
Zuchtend draai ik me op mijn buik. Het lichaamsdeel dat de afgelopen weken mijn leven volledig beheerste. Daarvoor was dat een heel ander lichaamsdeel. ‘Wat heb je toch?’ hoor ik naast me, ‘zijn het je hormonen? Nu al?’ er klinkt bezorgdheid in zijn stem door. Om mij, of om het vooruitzicht van negen zware maanden met een onhebbelijke vriendin. Hij prikt in mijn zij. Ik ben zo gespannen dat ik me wild schrik. ‘Jezus Syl! Slecht geweten? Hij moest eens weten. ‘Laat me nou maar even Jeroen, zullen inderdaad de hormonen wel zijn...’ ik pak mijn IPod en probeer mijn onrust weg te gummen met muziek. Mijn ogen vallen dicht achter mijn zonnebril en ik vergeet voor even alle mensen en het zand. Langzaam dommel ik weg en voel mijn spieren eindelijk ontspannen.
Pijn en bloed. Ik ben in een operatiekamer, mijn benen zijn wijdgespreid. Overal zijn mensen in groene pakken. Geen gezichten, geen genade. ‘Mamma, help, ik ga dood!’ ik gil en schreeuw, maar niemand geeft antwoord. Dan een gezicht. Het is Jeroen. ‘Stel je niet aan Sylvia, je hebt gewoon een kind gekregen.’ Stel je niet aan? Dan nog een gezicht. Eerst wazig dan langzaam duidelijker. ‘De vraag is alleen van wie...’ Kyrian kijkt koud en gaat naast Jeroen staan. Een gezichtsloze arts legt een perfect baby jongetje in hun armen. Ze kijken me strak aan. ‘Zullen wij hem dan maar meenemen?’ zegt Jeroen tegen Kyrian, ‘zo’n slet kan onmogelijk een goede moeder zijn, toch?’ Voor mijn ogen lossen ze alle drie op. ‘Nee!’ ik schreeuw en trek, maar ik blijk geboeid, vastgegespt aan het bed.
‘Mevrouw?’ het blauwgezwembroekte jongetje zit naast me in het zand. Ik schrik op en ben hem eeuwig dankbaar. Het was een droom. Gelukkig maar. Ik lach naar het jongetje, hij lacht terug met zijn vergevensgezinde onschuld. ‘U moet de groeten hebben van uw vriend,’ zegt hij dan. Ik kijk naast me, Jeroen's plek is leeg. Waar hij met zijn zwembroek heeft gelegen is nog een natte plek zichtbaar. Een stille getuige van zijn aanwezigheid. Geruststellend om te zien na mijn droom. Jeroen, mijn rots in de branding. Kyrian, mijn tsunami. Ik weet wat me te doen staat en ik hoop dat het nog niet te laat is. ‘Uw vriend is een lieve meneer,’ klinkt het naast me. Tranen branden in mijn ogen. ‘Ja mannetje, dat heb je goed gezien…’ Ik veeg over mijn wang en vermeng tranen met zand en Nivea ‘Veel liever dan ik en dat moest maar eens afgelopen zijn.’ Het jongetje kijkt me aan met een veel te wijze blik. Even lijkt hij eerder een jaar of zestig in plaats van zes. Wat is dat toch met sommige kinderen? Dan staat hij op en verliest zich al snel weer in zijn spel met zijn oudere zusje.
Ik speur om me heen of ik Jeroen zie. Nu ik mijn besluit heb genomen wil ik ook niet langer meer wachten. Ik ga alles opbiechten en hem vertellen hoeveel ik van hem hou. Dat ik toch echt met hem verder wil, dat hij de man voor mij is. Dat Kyrian slechts een vlucht was, dat ik bevestiging nodig had. Ben ik nog wel mooi, ben ik nog wel aantrekkelijk? Ik zal ook uitleggen dat dat heel normaal is, dat staat ook wel eens in de Viva. Ook dat je er samen sterker uit kan komen.
Alsjeblieft Jeroen. Vergeef me. Alsjeblieft.
Ik kam mijn haren, doe Deo op en wat van mijn nieuwe lipgloss. Ik check mijn gezicht in mijn spiegeltje en goedkeurend knipoog ik naar mezelf. Ik kijk naar beneden naar mijn lichaam in de gestreepte bikini. Bruine, sterke benen, een lichtbollend buikje en goede tieten. Niks mis mee. Waar blijf je nou Jeroen? Ik wil met je praten, je vasthouden, je troosten, je woede zien en ondergaan. En dan samen naar huis om het goed te maken. Ik wil met je vrijen, al onze muren en problemen wegneuken. Dat kan toch wel? Vol zelfvertrouwen sta ik op en zigzag tussen alle glimmende lijven naar de waterrand. Het koude water omstroomt mijn enkels. Het kalmeert, verkoelt en onderdrukt voor even mijn opkomende bezorgdheid. Hij is wel erg lang weg. Ik check mijn horloge: een uur. Jeroen is een uur weg sinds ik wakker werd, misschien dus nog wel langer...
Onrustig staar ik over het strand. Waar kan hij zijn? Wat is hij aan het doen? Een wandeling? Zwemmen? IJsjes halen? Parkeergeld bijvullen misschien? Zoveel opties en geen antwoorden. Ik loop terug naar mijn handdoek en besluit nog wat te gaan slapen. Dat kan ik ook wel gebruiken na de stress van de afgelopen tijd. Ik sluit mijn ogen, leg beschermend een hand op mijn buik en vertrek weer naar een staat van bewustzijn waar zorgelijke beelden regeren.
Als ik wakker word moet ik plassen en heb ik kippenvel. Het strand is praktisch verlaten en ik zie nog net het blauwe zwembroekje verdwijnen dat nu ook een T-shirtje aanheeft. Ik schiet omhoog en zie dat de vloed een goed stuk van het strand heeft opgegeten. Het water is nog maar een meter van mijn handdoek verwijderd. ‘Shit!’ roep ik uit de grond van mijn hart. ‘Je was goed vertrokken hè meissie,’ een man van en jaar of zeventig zit me aan te staren.
‘Mijn vriend...’ stamel ik verward, ‘waar is mijn vriend?’ Paniekerig kijk ik om me heen. Volstrekt zinloos klop ik met mijn hand op zijn handdoek. De natte plek is inmiddels opgedroogd. De man kijkt me lang aan. ‘Blond?’ vraagt hij dan, ‘heeft je vriend blonde krullen?’ ‘Ja!’ roep ik, ‘ja, dat is Jeroen!’ ‘Aha,' zegt de man, ‘ja ja, die heb ik zeker gezien... Hij zat heel lang met z’n mobiel te spelen, daarna zei hij nog wat tegen dat jongetje achter jullie en toen liep hij weg.’ De man raakt even mijn arm aan en gaat dan verder met het inpakken van zijn tas.
Mijn kippenvel maakt nu plaats voor ijzige rillingen. Trillend pak ik mijn mobiel uit mijn tas.
1 Nieuw bericht zegt mijn Nokia.
Ik open de sms.
‘Wel je sms’jes wissen als je vreemdgaat. Ik wil je nooit meer zien. Je ex’
Ik barst in huilen uit terwijl het water mijn tenen bereikt.
© Heleen van der Kemp
Klik hier naar de hyve van Heleen
|