|
Ik was vanochtend bang. Bang voor mijn hart. Ik werd heel vroeg wakker, mijn dochter lag naast mij vol overgave te slapen. Ik kon haar, net zoals ik deed toen zij nog een baby was, uitgebreid bestuderen. Bewonderen is een beter woord.
Ik bekeek haar gezicht, haar mooie mondje, haar lange wimpers, haar kleine wipneusje. Ik streelde haar arm, haar kleine handje met die lieve putjes waar ooit knokkels komen, haar vingertjes met roze gelakte nageltjes.
Ze werd half wakker en nestelde zich tegen mij aan. “ In je hollie liggen”, zo noemt ze dat. Ik besnuffelde haar, zoals een moederhond haar puppy besnuffeld. Ze ruikt altijd zo lekker. Ze wil altijd dat ik aan haar voetjes friemel en in haar teentjes knijp. Heerlijk samen kroelen.
We kletsen samen wat prietpraat. Ze vertelde van haar avonturen gisteren op school, over vriendjes en vriendinnetjes, over hoe gezellig het bij pappa was. Ze praat met armen en benen, met giecheltjes en rare geluidjes. Ze praat vol overgave. Ze leeft vol overgave.
Ze is overenthousiast. Wild en onbesuisd. Klimt, rent, valt, danst. Zegt wat ze vind. “Mamma, jij bent de allerliefste”. Maar ook, “mamma, jij bent zo stom”. En dan stampvoet ze en gooit met deuren. Want ze is driftig. En vreselijk koppig.
Natuurlijk ben ik wel eens boos op haar. Meestal omdat mijn hoofd dan iets te vol zit met andere dingen. Want echt boos op haar zijn kan ik niet. Daarvoor vind ik haar te leuk, te lief, te grappig, te bijdehand, te mooi, te slim, te schattig, te alles.
Ik raak zo vertederd als ze opera zingend in bad zit, als ze in tutu dansend door de kamer gaat, als ze zich zelf heeft aangekleed in de meest afzichtelijke kleren, als ze dolblij op haar nieuwe fiets door de Jumbo scheurt. Elke dag weer opnieuw ben ik door haar verwonderd en overdonderd.
Ik ben zo trots op haar hoe ze zich staande heeft gehouden in het afgelopen jaar, hoe ze nog steeds onbevreesd de wereld tegemoet treedt.
Ik hou zo onmogelijk veel van haar. Ik wist niet dat er zoveel liefde in mijn hart kon bestaan. Soms zoveel dat het pijn doet.
Hoe kan ik in hemelsnaam ooit nog een keer zoveel van iemand houden. Hoe kan ik ooit nog een keer zo verliefd op iemand zijn.
Want straks, dan komt er nog zo’n mensje bij. En daarom ben ik bang.
Ik kan niet nog een keer zo onvoorwaardelijk, zo verschrikkelijk veel van iemand houden. Want als ik nog een keer zo ontzettend veel van iemand hou, dan ontploft mijn hart!!
(c) Yvette Klik hier naar Yvette's hyve
|