|
Patricia is 38 en single moeder van drie meisjes. Ze was 28 jaar toen ze moeder wilde worden, maar er was geen man waarmee ze een gezin wilde vormen. ,,Dus ik stelde het moederschap uit: als ik 30 ben, als ik 31 ben…” Er waren lieve mannen, maar die hadden al kinderen en hadden geen zin in een tweede leg, vertelt Patricia.
,,Inmiddels wist ik zo zeker dat ik moeder wilde worden, dat ik die relaties beëindigde. Maar ik werd wel steeds ouder… Op mijn zesendertigste besloot ik andere wegen te gaan bewandelen.” Patricia noemt zichzelf geen BAM. Ze is wel bewust moeder, maar niet omdat ze het per se alleen wilde doen. ,,Zoiets groeit. In het begin vond ik het onnatuurlijk om in mijn eentje een kind te willen krijgen. Maar de wens was zo groot en dat proces was al acht jaar elke dag, elk jaar aan de gang. Ik besloot naar een donorbank te gaan. Dat was voor mij zo’n raar, onpersoonlijk gebeuren: ik verwachtte er een gesprek, maar kon een briefje invullen, betalen en stond weer buiten. Ik moest afwachten.”
Bij doktersonderzoek bleek Patricia medische problemen te hebben die het zwanger worden zouden bemoeilijken. IVF was wel een optie. Ze werd doorverwezen naar een verpleegkundige, waar ze tot haar verbazing, weer zonder gesprek, binnen 5 minuten buiten stond, met een prikschema in haar hand.
Toen moest ze een ziekenhuis vinden dat mee wilde werken. ,,Het was in de tijd dat het anonieme donorschap werd opgeheven. Donoren waren huiverig en er onstonden wachtlijsten voor sperma. Je moest je hetero en getrouwd zijn, verder maakte niemand kans. Bel over vier jaar maar eens terug, zeiden ze tegen me.” Daarnaast wilden ziekenhuizen niet meewerken met de donorbank in Barendrecht, waar Patricia ingeschreven stond. ,,Omdat er te weinig spermacellen in een rietje zaten, zoals dat heet. Daardoor zouden bevruchtingen minder snel lukken, zodat ze meer konden verdienen aan meer pogingen. Dat werd gezegd.” Bij Patricia verliep alles prima. Al na de eerste poging was ze zwanger. ,,Geweldig! Ik ging moeder worden! Ik vond het zo fijn, ik had het niet eens meer verwacht, het lot leek ‘nee’ te zeggen. Er goeide een kindje in mij! Ik was gerechtigd om Prénatal in te gaan!”
Patricia had een prachtige zwangerschap, zonder problemen en toestanden, vertelt ze. Een man miste ze niet echt. ,,Die was er gewoon niet, ik wist niet beter. Ik was zo ernstig verliefd op dat meisje dat me moeder zou maken. En alles is van mij!” Ze maakte zich geen zorgen over hoe het zou gaan. ,,Andere mensen vonden het spannender dan ik zelf. Ik wist zeker dat het zou lukken.”
En het ging goed. ,,Mijn dochter werd geboren en ik vond haar zo’n ontzettend mooi, lief mensenkindje! Ja, die eerste drie maanden waren zwaar, vooral omdat je zo veel nachtrust mist. Dat weet je niet van tevoren, de eerste keer. Ik kan er niet tegen als kinderen huilen, dat vond ik helemaal niet leuk.” Ze knapte snel op, dankzij de verliefdheid op haar dochter, de oppas die ze geregeld had, de vrije uren die ze voor zichzelf inplande en haar ouders die steun en toeverlaat waren. ,,Je moet echt zorgen voor je rust én dat je tijd hebt om op te laden. Al is het maar twee uurtjes in de week.”
,,Ik vond het geweldig om moeder te zijn en eerlijk gezegd dacht ik vlak na de bevalling al ‘hoe zou het zijn om dat nog eens mee te maken?’ Zo leuk vond ik het!” lacht Patricia. ,,En op de eerste verjaardag van mijn dochter was ik weer zwanger. Met alle geluk van de wereld. Ik was opnieuw met de prikken begonnen en die waren dit keer zo pijnlijk en zwaar, dat ik dacht ‘als dit niet lukt, houdt het op’. Het lukte bij de eerste poging. Met als verrassing… dat het een tweeling bleek te zijn.” Patricia zucht. ,,Eerst dringt zoiets niet tot je door. Daarna werd ik heel zwaarmoedig. ‘Dat lukt me nooit, in m’n eentje met drie’, dacht ik. Ik zag vele beren op mijn pad. Die waren er ook, soms viel het wel mee. Het was heel zwaar. Zwanger zijn van een tweeling is risicovoller, ik was al wat ouder, moest steeds naar het ziekenhuis. Ik ben zelf verpleegkundige en vond het helemaal niet leuk. De zwangerschap verliep op zich oké, maar ik was zo moe en het was zo spannend. Met zo’n kleintje thuis… Ik was geen 18 meer. En mijn huis moest verbouwd, nog even snel, want als de tweeling er was zou ik daar geen tijd meer voor hebben… “
De tweeling kwam gezond ter wereld: nog twee meiden. En de slapeloze nachten begonnen opnieuw. ,,In feite heb ik nu co-ouderschap met mijn ouders. Zonder hen had ik het niet gered. Nou ja, dat niet, maar het was zoveel moeilijker geweest. Dan had ik veel meer verdriet en moedeloze periodes gehad. En de haptonomische steun van mijn vriendin zou ik niet willen missen. Zij helpt me te bedenken wat nú van belang is. Die processen vergen het meeste. Want je kunt wel van alles tegelijk willen, maar dat gaat dus niet. Je moet keuzes maken.”
Inmiddels is Patricia weer drie dagen aan het werk als leidinggevende bij een opvang voor verstandelijk gehandicapten. In haar eigen praktijk voor haptonomie neemt ze langzamerhand weer klanten aan, nu haar tweeling bijna 1 is. ,,Daarmee redden we ons wel. Goed werk, wat je graag doet, dat heb je nodig. En een goed netwerk. Plan tijd voor jezelf. Eerst om te slapen. Mijn meiden gaan een keer in de week een nachtje logeren. Na een tijdje krijg je vanzelf weer eens zin om iets leuks te doen in je vrije uurtjes. Dan ga je weer eens naar een feestje. Maar wel op tijd terug naar bed!” En tenslotte adviseert Patricia: ,,Zorg voor een uitlaatklep. Iemand die echt naar je luistert en je niet volstouwt met adviezen. Iedereen brult in je oren, wat je moet doen en laten. Maar als je kind te lang huilt, vraag je vanzelf wel om advies. Tot die tijd: laat iedereen z’n mond houden! Ik vind m’n weg wel, met mijn drie dochters!”
|